Het Rembrandt en Thorbeckeplein is een van de oudste uitgaansgebieden van Amsterdam
Het Rembrandtplein heette vroeger Wagenplein en daarna Botermarkt. Van heinde en verre kwamen boeren met boter, kaas, melk en kippen naar de botermarkt. Kippen kocht je in de kippenhoek bij de Amstelstraat.
Midden op het plein stond de Regulierspoort. Toen de stad groter werd, was deze poort niet meer nodig. Daarom werd hij in 1668 in gebruik genomen als Waaggebouw. Daar werden de pondjes boter voor de markt gewogen.
De Botermarkt veranderde elk jaar in september in een feestterein, het was Kermis. 's Avonds gingen er gezellige lichtjes aan. De marktkramen maakten plaats voor circus en feesttenten, poffertjeskramen en dansorkesten, er was zelfs een tent met een wassenbeelden-tentoonstelling, een soort Madam Tussauds.
Hoezo Rembrandt, dit beeld van de schilder Rembrandt is gemaakt door Louis Royer. Hoe het er kwam is een lang verhaal, dat begint in 1840. Toen werden Belgie en Nederland twee aparte landen. Nederland was daar niet blij mee, maar de Belgen wel. Omdat te vieren maakten ze een bronzen standbeeld van hun beroemste kunstenaar Rubens. Dat wilden de Nederlanders ook, dus werd er geld ingezameld voor een beeld van Rembrandt. Maar het werd een beeld van ijzer, een stuk goedkoper dan brons. In 1852 werd het beeld feestelijk onthuld. Pas toen het beeld 25 jaar later naar het midden werd verplaatst, kreeg het plein zijn nieuwe naam: Rembrandtplein. De schilder was toen al 200 jaar dood.